60% van de ernstige aangeboren hartafwijkingen ontdekt met 20-weken echo

Sinds 2007 krijgen alle Nederlandse zwangere vrouwen standaard een echoscopisch onderzoek rond de 20ste week. Deze screening tijdens de zwangerschap is erop gericht om bepaalde aangeboren afwijkingen bij de foetus uit te sluiten, dan wel op te sporen. Arts-onderzoeker Christine van Velzen vond dat 60% van de ernstige hartafwijkingen in Nederland worden ontdekt met de 20-weken echo. Van Velzen promoveert op 10 november bij VUmc.

Aangeboren hartafwijkingen zijn na infecties de grootste oorzaak van sterfte bij pasgeboren baby's. Zo'n 3 op de 1.000 pasgeboren blijkt een ernstige aangeboren hartafwijking te hebben. Wanneer deze al in een foetaal stadium ontdekt worden is de kans op overleven voor sommige hartafwijkingen een stuk groter. ''Uit ons onderzoek blijkt dat 60% van deze ernstige hartafwijkingen geïdentificeerd kunnen worden door middel van de 20-weken echoscopie. Vergeleken bij andere landen is dit een zeer goede prestatie'', zegt Van Velzen.

Pasgeborenen konden vroeger sterven aan een fout in de ontwikkeling van de grote slagaders. Bij deze fout zit de slagader die naar de longen zou moeten gaan op de plek van de aorta en andersom. Met de 20-weken echo kan dit probleem al voor de geboorte worden ontdekt en kan het kind direct na de geboorte de juiste, gespecialiseerde zorg krijgen die het nodig heeft om sterfte te voorkomen.

Maar er is ook nog ruimte voor verbetering. Van Velzen zegt: ''Een score van 60% bij ernstige hartafwijkingen is beter dan de meeste andere landen, maar het kan nog beter. Door het uitbreiden van onderwijs en handvatten te geven aan echoscopisten waarmee afwijkingen makkelijker kunnen worden herkend, kan de detectiegraad nog verder worden verbeterd.'

Bron: vumc.nl